|
De toestand van onze
fabrieken. (mei 1945)
De fabriek te Ede heeft het
minste geleden. Bij de gevechten in September 1944, zijn er op
het terrein en de gebouwen een 86 bommen neergekomen, die wel
aanmerkelijke schade hebben aangericht, doch de vitale delen van
het bedrijf niet hebben getroffen; alleen het grote magazijn van
bedrijfsartikelen is totaal uitgebrand. Aangezien Ede nooit
geëvacueerd werd en men er in slaagde een gedeelte van het
personeel aan de gang te houden, zijn de aller nodigste
herstellingen aan de daken voorlopig verricht, zodat het
machinepark althans enigszins tegen de invloed van wind en weer
beschut bleef. De z.g. ,.Räumung" is in Ede wel werkzaam geweest
en er zijn een groot aantal elektromotoren weggehaald, benevens
een gedeelte van de losse inventaris en het bedrijfsmateriaal,
maar de verliezen zijn niet van dien aard, dat het niet mogelijk
zou zijn de fabriek binnen enige maanden weer in gang te zetten,
wanneer er aanvulling van
grondstoffen en hulpmiddelen komt.
De
twijnerij in Ede na het bombardement.
Wanneer dit laatste het geval zal
zijn, is echter nog volkomen onzeker. De Heer Nolet en een groot
gedeelte van zijn staf is in Ede nog op zijn post en werkt op
het ogenblik, voor zover dit met het beperkte materiaal mogelijk
is, aan het herstel van de fabriek.
De fabrieken Arnhem-Oost en
Kleefsche Waard hebben veel meer te lijden gehad. Bij de
gevechten in September kregen zij geen schade, maar na de
evacuatie van Arnhem stonden zij geruime tijd aan plundering
bloot en daarna kwam de officiële "Räumung", die zeer
stelselmatig de fabrieken leeg haalde, Uit beide fabrieken zijn
bijna alle elektromotoren en
elektrische apparaten weg. Verder alle gereedschap-machines
uit de werkplaatsen, de gehele losse inventaris van alle
bedrijfsafdelingen en de inhoud van. alle magazijnen.

Het centrale magazijn is
geheel verwoest.
Er is geen
schroevendraaier, geen moersleutel, geen bezem en geen schop
meer over. In Arnhem-Oost werd het grootste gedeelte van de
cone-machines weggenomen en een gedeelte van de spinpotmotoren,
de spinpompen en een groot .deel van de spindoppen. De
eigenlijke bedrijfsmachines bleven staan. Op de Kleefsche Waard
werd bovendien in de zuurkelder al het lood van tanks en
leidingen gesloopt en meegenomen. In de gevechten bij de
bevrijding van Arnhem zijn
beide fabrieken zeer zwaar getroffen.

De spindoppen in Ede
worden opgegraven uit een bomkrater.
Zij hebben lange tijd in het
spervuur gelegen en op beide fabrieken is Duitse tegenstand
geweest, wat de Engelsen genoodzaakt heeft met artillerievuur
nog verdere schade toe te brengen. De gebouwen hebben daardoor
zeer veel geleden. In Arnhem is het magazijn van
bedrijfsartikelen naast de hoofdingang volledig afgebrand. Van
alle daken is een groot deel verwoest. De binnen de gebouwen
staande machines zijn echter nog in het algemeen intact. Aan de
zich buiten de gebouwen bevindende tanks, leidingen en apparaten
is zeer grote schade aangericht. De elektrische centrales op
beide fabrieken zijn er betrekkelijk goed afgekomen.

Tanks van de geallieerden op
de Kleefsche Waard.
Zoals elders in dit nummer reeds
werd vermeld, zijn wij er in geslaagd op 1 Mei j.l. de centrale
van de Kleefsche Waard weer in bedrijf te stellen; van daaruit
wordt dus thans reeds stroom geleverd aan een groot gedeelte van
Gelderland. Wij hebben bij de voorbereiding daarvan grote steun
ondervonden, zowel van de Engelse, als van de Nederlandse
militaire autoriteiten, aangezien deze stroom dringend nodig is
voor de watervoorziening, de meelmalerijen en andere bedrijven
van openbaar belang. Men moet er echter niet op rekenen, dat
deze stroom voor verlichtingsdoeleinden aan particulieren ter
beschikking kan worden gesteld.
De Proeffabriek is ook zeer zwaar
gehavend. Plundering, "Räumung", benevens een langdurige
inkwartiering hebben van de inventaris vrijwel niets
overgelaten. Alle kostbare apparaten en machines, die wij daar
hadden, zijn weg. Het gebouw heeft echter iets minder geleden
dan de andere bedrijfsafdelingen.

Op de kade van de haven
in Arnhem stonden de machines om
afgevoerd te worden.
Op de kantoren en archieven is
een volkomen chaos.
De meubels zijn' vrijwel alle
gestolen, maar de boeken en papieren heeft men niet meegenomen.
Ze liggen echter in grootste wanorde overal verspreid, zijn
vertrapt en verscheurd en hebben veel door weer en wind geleden.
Van alle gebouwen is het merendeel der ruiten stuk en er zijn
vele voltreffers in daken en muren, hetgeen de waterdichtheid
niet bevordert.
Ede, mei 1945. |