|
Hoe Enka groot werd in
kleine gaatjes
Spindoppen-know-how veelal
zelf omtwikkeld
( een interview in 1986)
Enka kon worden tot wat zij nu
is, door een uiterst fijngevoelig stukje microtechniek: de
spindop. Het lijkt allemaal zo simpel: een edelmetalen dopje met
gaatjes, waar doorheen een vloeibare massa wordt geperst om zo
een draad te spinnen. Maar echt simpel is het niet, want de
gaatjes zijn klein, microscopisch klein. Spindoptechneuten
rekenen niet in centimeters en niet in millimeters, maar in mu's,
in duizendsten millimeters dus. Een hoofdhaar heeft een
gemiddelde doorsnee van 60 mu en menig spindopgaatje komt niet
verder dan 50 mu.
Hoe worden deze gaatjes, die je
met het blote oog nauwelijks kunt zien eigenlijk gemaakt? Juist,
met boortjes die je nauwelijks kunt zien.
Veel tijd en energie werd dan ook
opgeslokt door het ontwikkelen van dit boorgereedschap. Maar er
waren meer problemen. Een gaatje boren van 50 mu is nog te doen,
maar het maken van 1.000 exact dezelfde , ,capillairen" is een
hels karwei. Bovendien moet gemeten worden of de gaatjes wel de
gewenste afmetingen en vorm hebben, waarbij toleranties worden
aangehouden van 1 mu. Koude drukte om wat gaatjes of technische
hoogstandjes?
Een bericht uit het microscopisch
kleine wereldje van de mu's in goud-platina en edelstaal.
Glazen spindoppen
De allereerste spindoppen, die
dateren uit de periode rond de eeuwwisseling, waren van glas.
Men spande draden, waaromheen het nog vloeibare glas werd
gegoten. Als de draden ten slotte waren verwijderd had men een
dopje met gaatjes. Maar de methode was uiterst grof en in 1924
ging men over op de fabricage van doppen uit edelmetaal; eerst
puur goud, later een legering van goud en platina. Op deze
manier was het mogelijk met veel grotere nauwkeurigheid gaatjes
te maken. De toenmalige AKU kocht de spindoppen aan, voorgeboord
en al. De doppenrevisie gebeurde binnen het bedrijf en daarvoor
had men geschoold technisch personeel nodig.
Kwetsbare boortjes
Eén van hen was de heer De Wolf,
een jonge instrumentmaker, die in 1932 de Edese fabriek
binnenstapte: "Op mijn eerste werkdag zei mijn chef: Als je over
drie dagen één revisieboortje gemaakt hebt leer je het wel. Een
paar uur later liet ik hem er drie zien en de man was
stomverbaasd." De revisieboortjes, ook wel "ponsjes" of
"naalden" genoemd, werden in die dagen gemaakt van
half-hardmetaal. Ze dienden om de door de zuurbaden aangetaste
spindoppen weer in optimale conditie te brengen. De doppen
werden gepolijst, maar veelal ook opnieuw ingeboord. De hiervoor
gebruikte naalden waren uiterst kwetsbaar en boorden niet zelden
scheef, waardoor de gesponnen draden dreigden te verkleven. Na
het boren van 10 gaatjes werd de inmiddels mat geworden naald
uit de roulatie gehaald om te worden gepolijst. De nu 80-jarige
heer De Wolf: "U kunt zich voorstellen dat dit een tijdrovende
zaak was. Ik stelde dan ook voor om de ponsjes van gehard metaal
te maken, zodat ze langer mee konden."

Vooruitgang
Het voorstel werd afgewezen,
omdat een poging om de kwaliteit van de boortjes wat te
verbeteren enige tijd daarvoor was mislukt. Maar heer De Wolf
was ervan overtuigd dat een kwaliteitsverbetering haalbaar moest
zijn. Met eigen geld kocht hij de juiste materialen en ging
thuis aan het werk: "Ik maakte een aantal naalden van gehard
materiaal en heb ze heel geleidelijk in de fabriek in Ede
geďnfiltreerd.” Het experiment slaagde: Pas na het prikken van
500 gaatjes liep de kwaliteit van het boortje achteruit. Anno
1986 werkt Enka met boortjes die wel 50.000 gaatjes lang
meekunnen, maar in die tijd betekende De Wolfs ontdekking een
grote vooruitgang. Na enige maanden werden alle doppen
gereviseerd met zijn geharde naalden. Let wel: nog steeds zonder
medeweten van de bedrijfsleiding. Maar dat duurde niet lang en
de heer De Wolf werd op het matje geroepen: "Wat ben jij daar
aan het uitvreten, vroegen ze me. Ik had de bedrijfsleiding niet
mogen passeren en er hadden eerst dikke rapporten geschreven
moeten worden. Maar ruim een jaar later zeiden ze: De Wolf, jij
gaat naar Arnhem, jij krijgt daar de leiding over een eigen
afdeling. "
Doppencentrale
In 1934 ging deze afdeling van
start. Aanvankelijk vond op de Doppencentrale alleen
doppenrevisie plaats, maar al snel ging men ze ook zelf maken,
wat mede mogelijk was geworden door het pionierswerk van de heer
De Wolf. Er werd in de beginperiode gewerkt met 8 meisjes,
veelal ongeschoolde krachten. Alle vaardigheden werden in de
praktijk aangeleerd. Het maken van de ponsjes, het boren van de
gaatjes, de microscopische controle ervan en het polijsten en
reinigen van de doppen, was specialistisch werk. Een goede
taakvervulling was belangrijk, omdat de kleinste
beoordelingsfout ernstige stagnatie in het productieproces kon
veroorzaken.

Nieuwe technieken
De weinige spindoppen-producenten
die er waren hielden hun kennis angstvallig geheim. Enka heeft
daarom geheel op eigen kracht nieuwe technieken, testmethoden,
gereedschap en procedés moeten ontwikkelen. Zo ontdekte men bij
voorbeeld, dat de doppen van de externe leveranciers werden
"gehard" ná de boring van de gaatjes. Daarom experimenteerde
Enka met het vooraf harden van het metaal. Zo kon hinderlijke
kristalvorming in de gaatjes tot een minimum worden
teruggebracht. Met het in eigen hand nemen van de fabricage
ontstond bovendien de mogelijkheid te experimenteren met de
diameter en de profilering van de gaatjes. Proeven toonden
bijvoorbeeld aan dat de vorm van het gaatje bepalend was voor
gareneigenschappen als buigzaamheid en lichtreflectie. Een ander
voorbeeld: Ontdekt werd dat de gaatjes een speciale vorm moesten
hebben, om zo een optimale toestroming van de te spinnen
vloeistof mogelijk te maken. Voor de techneut van vandaag een
vanzelfsprekendheid, maar de goede vorm werd pas verkregen na
langdurig onderzoek. Het in eigen hand nemen van de
doppenfabricage betekende een duidelijke verbetering in de
kwaliteit van de doppen. Het bedrijf was daardoor in staat goede
produkten te leveren en daarmee haar concurrentiepositie, met
name op de buitenlandse markten, te versterken.
Research
De doppencentrale was inmiddels
uitgegroeid tot een afdeling met ruim 75 medewerkers, toen in de
jaren '70 een reorganisatie werd doorgevoerd: de afdeling werd
opgenomen in de Technische Dienst van ArIa, het centrale
researchinstituut van Akzo en Enka. Men heeft daar hard gewerkt
aan de ontwikkeling van automatische boormachines, waarvan de
eerste in 1960 in gebruik werd genomen. Daarvóór was het boren
van de doppen altijd handwerk geweest, dat veel geduld en
accuratesse vereiste. Chef van de Technische Dienst van ArIa, de
heer Van Bergeijk: "Het kunnen werken met boorautomaten was een
belangrijke vooruitgang. Het ging sneller, het was economischer
en we konden zo doppen maken met een absoluut constante
kwaliteit. Bovendien sterft het ras van de doppenmakers uit. Je
vindt vandaag de dag niemand meer die dit fijngevoelige werk in
de praktijk wil leren." Het bij "research" onderbrengen van alle
activiteiten rond de spindop penproduktie, had uiteindelijk als
gevolg dat men zich op ArIa ging specialiseren in de
ontwikkeling van nieuwe technieken. Op dit moment werkt men daar
bijvoorbeeld aan een automatisch verlopend procedé, voor het
maken van doppen waarmee Enka's nieuwe vezel TWARON kan worden
gesponnen. De spindoppen-research vindt dus in Arnhem plaats, de
feitelijke produktie is ondergebracht in het Duitse Oberbruch,
dat wordt beschouwd als de bakermat van de Duitse
kunstvezelindustrie.
In 1897 werd daar nl. tijdens het
zoeken naar verbeteringen van gloeidraden van lampen een stof
ontdekt, waaruit een synthetische draad voor textiele toepassing
kon worden gesponnen.
Spindoppen voor derden
Het in Oberbruch gevestigde Enka
Tecnica heeft inmiddels een rijke ervaring in het maken van
spindoppen. In 1976 werd daarom besloten om ook te produceren
voor derden. Een unieke situatie. De opdrachtgevers geven bij
het plaatsen van de order immers uiterst vertrouwelijke
informatie prijs.
Directeur van Enka Tecnica, de
heer Heitmann: "Toch zijn we erin geslaagd het vertrouwen van
deze opdrachtgevers te winnen. De klant die zijn spindoppen door
ons laat maken, kan er van op aan dat zijn kennis niet ter
beschikking komt van Enka's produktiebedrijven. Uiteraard dragen
wij als Enka Tecnica er ook zorg voor, dat de kennis die bij
Enka aanwezig is ook zorgvuldig wordt behandeld."
Het maken van spindoppen is
dermate specialistisch werk, dat slechts een handjevol
doppenproducenten actief is. Enka Tecnica, dat in 1925 haar
eerste doppen produceerde, is inmiddels uitgegroeid tot één van
de belangrijkste leveranciers ter wereld. Deze positie heeft zij
o.m. te danken aan de zelf ontwikkelde "auto-prick", een
computergestuurde spindop-boorautomaat. Enka Tecnica heeft als
enige producent ter wereld drie van deze uiterst moderne
machines in gebruik.

Door het ontwikkelen van de “Auto-Prick” ,die per dag 80.000
spindoppen boort,
kon Enka Technica uitgroeien tot een van de belangrijkste
spindoppenleveranciers
ter wereld
Doppen en platen
De edelmetalen spindoppen worden
gebruikt voor het "nat-spinnen" van textiele garens. Na de
oorlog werd er ook het rayon-bandengaren mee gesponnen. Dit werd
een commercieel succes en spoedig gevolgd door de ontwikkeling
van synthetische garens als nylon en polyester. Het maken van
dergelijke garens vereiste een ander procedé en daarom werd
overgegaan op het "smelt-spinnen". Toen Enka ook nylon en
polyester ging maken voor industriële toepassingen had dat
vergaande gevolgen voor het produktieproces. Er moest nu worden
gewerkt met hoge temperaturen en een enorme druk, waartoe
robuuste edelstalen spinplaten werden ontwikkeld. Telden de
allereerste edelmetalen doppen enige tientallen gaatjes, de
spinplaten van vandaag hebben er vele duizenden.
Profilering
Het is hiervoor al gezegd: door
de research in de jaren '30 wist men dat geprofileerde gaatjes
de eigenschappen van de garens beďnvloeden. Inmiddels is Enka
Tecnica in staat om veelvormige minuscule gaatjes in de
spinplaten aan te brengen. Dat is echter een lange tijd
problematisch geweest, want geprofileerde gaatjes laten zich
niet boren. De oplossing werd gevonden in de zg. "vonkerosie-techniek",
die in principe twee mogelijkheden aanreikt. In de eerste plaats
kan gebruik worden gemaakt van een geladen elektrode, die de
vorm heeft van de gewenste profIlering. De spinplaat krijgt
vervolgens een tegenovergestelde lading, waardoor de elektrode
zich a.h.w. door het materiaal kan heenvreten. Een tweede
mogelijkheid die deze erosie-techniek biedt, is het werken met
een geladen draad, waarlangs de spinplaat wordt "gestuurd". We
kunnen dit het best vergelijken met het figuurzagen van
microscopisch kleine vormen. Men moet zich hierbij realiseren
dat een draad, hoe dun ook, altijd rond is.

Het "uitzagen" van absoluut
scherpe hoeken is dus onmogelijk. Om ook aan deze vraag te
voldoen ontwikkelde Enka Tecnica zeer verfijnde stansjes,
waarmee de door de " vonkerosie- techniek" gemaakte gaatjes
perfect kunnen worden afgewerkt.
Nieuwe produkten
Deze uiterst verfijnde technieken
leidden uiteindelijk tot nieuwe produkten. Enka heeft momenteel
een groot marktaandeel in de "medische membranen" en dat is
vooral mogelijk geworden door ingenieus gevormde gaatjes in
spinplaten, zodat een holle vezel gesponnen kan worden. Eén van
de nieuwste ontwikkelingen is de zg. "bi- component-draad". Men
is erin geslaagd gaatjes te maken met een dusdanige vorm, dat
tijdens het spinnen meerdere vloeistoffen gelijktijdig kunnen
toestromen. Hierdoor kan een uit meerdere materialen bestaande
vezel worden gesponnen. Later worden de verschillende "draad-componenten"
weer gesplitst, zodat Enka nu in staat is onvoorstelbaar dunne
draden aan te bieden. De dikte van deze draden is te vergelijken
met die van natuurzijde. Maar de "bi-component-draad" biedt nog
een tweede mogelijkheid: zo kan een draad worden gesponnen,
waarvan de kern bestaat uit een geheel ander materiaal dan de
"huid". Op deze manier kunnen bij voorbeeld speciale
kleureffecten worden bereikt. ArIa is de centrale plaats binnen
de organisatie waar veel technische kennis samenkomt en ook
beschikbaar is voor alle disciplines. Op deze manier zal de
spindoppen-know-how gevoed kunnen worden door ervaringen uit
geheel andere richtingen. Er wordt dan ook verwacht dat
toekomstige research wederom zal leiden tot nieuwe verbeteringen
van spinprocedés. |