Van Enka Glanzstoff naar Akzo Nobel
In juli 1964, dezelfde maand waarin de fusie tussen A.K.U. en Glanzstoff een
feit werd, deelt de Raad van Bestuur van A.K.U. n.v. en die van K.Z.O. n.v.
(Koninklijke Zout Organon) mede dat een onderzoek wordt gedaan naar de
mogelijkheid van een volledige samenwerking tussen beide grote
ondernemingen. De besturen van beide ondernemingen formuleren het nut van
zo'n samengaan als volgt:
- De elkaar aanvullende
produktgroepen leveren een verscheidenheid aan assortiment en
activiteiten op.
- De internationale vestigingen
van beide ondernemingen bieden over en weer steunpunten voor een
verdere uitbouw.
- De beschikbare
wetenschappelijke en technologische kennis waardoor een grotere
research-inspanning ontstaat.
- De combinatie met K.Z.O.
betekent voor AKU de realisatie naar diversificatie in een
vergelijkbare positie met andere chemische concerns.
- De research van A.K.U. draagt
een internationaal karakter met vestigingen in Nederland, West
Duitsland en de Verenigde Staten.
|
In november 1969 vindt de fusie tussen
A.K.U. en K.Z.O. plaats en wordt de nieuwe naam Akzo n.v. met een logo dat u
op bijgaand "ontstaan"-overzicht kunt zien. Op ditzelfde overzicht kunt u
lezen welke gerenommeerde bedrijven met een grote traditie opgenomen zijn.
In dat jaar werkten er bij het nieuwe concern 92.000 medewerkers waarvan
30.000 in Nederland.
De omzet van 1969 was gesteld op 9 miljard gulden. Op basis van deze omzet
kwam de nieuwe groep in de Europese chemische industrie op de zevende
plaats. In de Wereld op de 12e plaats.
Door deze fusie verdween de A.K.U. naam die 40 jaar gevoerd werd, namelijk
van 1929 tot 1969. Voor Ede betekende dat, dat wij ondergebracht werden in
de Vezeldivisie Enka. De naam A.K.U. verdween van de watertoren, het
briefpapier kreeg een ander hoofd, kortom er veranderde nogal wat.
De bedrijven van Akzo werden verdeeld in 7 divisies (zie overzicht), alle
garenbedrijven kwamen globaal in de divisie Enka terecht.
Gerekend naar omzet kan de samenstelling van de gecombineerde activiteiten
als volgt in % worden aangegeven:
Chemische vezels o.a. voor kleding 44%
Zout- en Chemische produkten 24%
Chemische vezels voor industrie 10%
Farmaceutica 7%
Levensmiddelen 8%
Huishoudelijke en overige produkten 7%
In de afgelopen 25 jaar heeft er veel plaatsgevonden. Veel bedrijven van het
eerste uur zijn overgenomen door andere maatschappijen en omgekeerd heeft
Akzo andere bedrijven overgenomen en haar marktgebied voor bepaalde
produkten uitgebreid.
Er zijn ook vele aanpassingen geweest om het rendement van de onderneming
positief te houden en dat was hard nodig want in de zeventiger jaren kreeg
de nieuwe onderneming veel tegenslagen en werd er jarenlang met verlies
gewerkt. De hoge rentestanden deden zich gelden, de structurele en
conjuncturele problemen waarmee de textielindustrie geconfronteerd werd, met
enkele andere negatieve factoren, speelden een rol. Overcapaciteiten bij de
producenten van synthetische garens en geringe afname door de
textielindustrie deden de opbrengsten aanzienlijk dalen. Ook de
kostenstijgingen, vooral de lonen, kostte een deel van de markt.
De Europese markt kwam onder sterke druk te staan door import, vooral van
kant en klare kleding uit Derde Wereld landen.
Vooral het jaar 1971 bracht een zeer teleurstellend resultaat. Een gunstige
uitzondering vormde de oude rayontextielgaren bedrijven. Zij konden op een
goed jaar terugzien, maar dat was dan voorlopig het laatste jaar. Daarna
kwam een structuurplan, dat leidde tot het stilleggen van een aantal
bedrijven die produkten maakten waarvoor de markt verzadigd was en geen
perspectieven meer bood. Ede bleef rayontextielgaren en sponzen produceren.
Wel werd er sterk gereorganiseerd en daalde het aantal werknemers
aanzienlijk. Na de stopzetting van het zusterbedrijf in Arnhem (FA) werd een
kleine 300 medewerkers opgenomen in ons bedrijf. Een zelfde aantal Edese
medewerkers ging o.a. op wachtgeld. Het was wederzijds een cultuurschok
maar wonderbaarlijk goed geslaagd. Het gevoel van in hetzelfde bootje zitten
schepte onderling een band.
Nog even terug naar Akzo. Het absolute dieptepunt uit de na-oorlogse
geschiedenis van de onderneming, waar vooral de garenbedrijven mee te maken
hadden, kwam in 1975. In januari van dat jaar waren 13.800 medewerkers in
Nederland, West Duitsland en België in werktijdverkorting. Dat betekende
werkloos thuislopen en het loon liep door.
In maart steeg dat aantal tot 21.000. De lasten voor de bedrijven stegen
onrustbarend. De produktiecapaciteit van de vezelindustrie was slechts voor
58% benut. Het zijn zeer slechte jaren geweest en achteraf mag best gesteld
worden dat de oude A.K.U. het alleen zeer waarschijnlijk niet gered had en
dankzij de fusie met K.Z.O. het hoofd boven water kon houden. Het heeft toch
grote offers moeten brengen. Bovenstaand las u al over ons oude
zusterbedrijf in Arnhem, maar ook Breda werd gesloten. Emmer Compascuum werd
afgebouwd en de produktiecapaciteit van de nylon garens werd gehalveerd.De
staalkoordfabriek in Ierland werd gesloten.
Geleidelijk aan ging het beter met Akzo. Vooral viscosegarenbedrijven hebben
vrij recent nog goede jaren gehad.
En dan belanden we in deze tijd en is het geen geschiedenis meer. De
naamsverandering door de fusie van Akzo Nobel is vrij nieuw en de beloften
voor de toekomst zijn positief.
Met grote stappen zijn we door de Enka geschiedenis heen gestapt en er zou
nog veel meer geschreven kunnen worden. Voor de jongere generatie zijn de
laatste 3 verhalen van Enka naar Akzo Nobel een ontdekkingsreis naar de
wortels van ons bedrijf. Van veel ouderen hoor je dat ze trots zijn ooit
actief medewerker te zijn geweest bij een bedrijf met historische banden.