 |
Welkom bij de
historie van Enka-Ede
Uit een andere wereld ?
In het AKU orgaan, de Spindop van 31 januari 1946, lazen we onderstaand
stukje.
De namen zijn alleen bij de oudgedienden nog bekend, maar bij de nieuwe
generatie niet. Dat is nu niet zo belangrijk, het gaat meer om het probleem
en hoe dat op directieniveau ervaren werd.
Kolenperikelen
De heer Schutterop telegrafeert naar de
heer Meerburg in Londen, die daar tracht chemicaliën te kopen: "Fabriek in
Arnhem wil in april draaien, ik moet daarom onverwijld naar Zweden cellulose
kopen. Kom terug en zorg voor kolen."
De heer Meerburg wipt in het vliegtuig, komt thuis en verneemt dat fabriek
Ede nog maar voor 5 dagen kolen heeft. Hij wrijft eens door zijn weelderige
haardos, stoot enige klanken uit, die Jacobs en De Vries naar de telefoon,
telegraaf en mappen doen grijpen, en rekent voor de honderdste maal uit
hoeveel kolen hij nog beschikbaar heeft en komt met een volkomen negatief
resultaat. Het hele PTT telefoon- en telegraafnet wordt in beslag genomen,
alleen om overal te vernemen dat hij niets kan krijgen.
De toestand lijkt hopeloos, dus de volgende morgen vroeg naar Den Haag waar
hij het Rijkskolenbureau tracht te verleiden tot een nieuw voorschot op de
toewijzing van de volgende maand. Hij vangt niets, krijgt geen kilogram en
draaft naar Handel en Nijverheid, wordt daar met grote welwillendheid door
steeds hogere ambtenaren ontvangen, maar ..... krijgt geen kolen.
Telefoon uit Ede: de heer Nolet aan de heer v.d.Bosch: "Als ik geen kolen
krijg, moet ik stoppen! Moet dat een week van te voren weten."
De heer Meerburg komt 's avonds laat terug, enigszins terneergeslagen (een
kwaad teken, want dat overkwam hem niet gauw). Een nieuw plan de campagne:
Rijkstextielbureau moet helpen en nog veel meer. De volgende morgen de heren
Van Vloodrop en Meerburg daarheen. Prachtige aanbevelingsbrief meegekregen.
Telefoon uit Ede van de heer Nolet: "Net een schip kolen aangekomen in
Wageningen met voorraad voor 3 dagen, dus even uitstel van executie".
De heer Meerburg weer naar Den Haag, nu met de heer Hummel. Goochelen met
grote getallen en nieuwe mogelijkheden, ditmaal met succes. Toewijzing
gekregen voor 2 a 3 weken kolen, als wij ze maar van de Nederlandse mijnen
getransporteerd kunnen krijgen.
Net iets voor de heer Hummel. Hij zit de volgende morgen om 7 uur al weer in
de auto naar Heerlen. Als hij geen wagons kan krijgen, neemt hij de kolen
wel in de zak mee...
Wat later aan de telefoon de heren Meerburg en Van Dijk: " Zojuist
beschikking gekregen over een paar honderd ton pakhuisfijne kolen van
kolenhandelaren in Arnhem en omgeving". De te halen partijtjes varieerden
van 100 tot 4000 kg. Protesten van de andere zijde. Wat de heer Van Dijk
allemaal gezegd heeft is niet geschikt voor een fatsoenlijke krant, maar het
gruis werd gehaald en Ede draait nog. Het werd mei 1946 voordat fabriek
Arnhem zijn cellulose kreeg en kon gaan spinnen.
|