"Oh dierbaar plekje
grond, waar eens mijn wieg op stond”.
Waar zal dit wezen en over wiens dierbaar plekje grond wordt hier
gesproken?
Aan het woord is Aart van Riessen, plv. chef bedrijfseconomische
afdeling van Akzo locatie Ede.
Op 28 november 1929 geboren op Horalaan 1 (kadastraal kavel C1164,
gemeente Bennekom) te Ede, eigendom van HORA (HerstellingsOord voor
Rustbehoevende Ambtenaren), groot 52 hectare en gelegen ten
zuidoosten van het Akzo terrein.
Waarom deze plaats?
"Mijn vader was de technische man
van Hora en we woonden in een bedrijfswoning. Mijn jeugdjaren zijn
voorbijgegaan tussen de levende natuur, zoals konijnen, reeën,
hazen, uilen, vogels en allerlei planten en bomen, die volop
aanwezig waren in de ongerepte natuur om ons heen. Van de Enka-stank
had ik geen last, hoewel mijn woon- en speelplaats lag tussen de
huidige slibdeponie, Horalaan "Calimero" (dagverblijf) en "De
Ederhorst" (voormalig Hora-gebouw).
De "dikke" pijp zorgde voor uitstoot naar elders, ver boven onze
hoofden. Mijn wieg heeft gestaan op 30 meter ten noorden van bron 37
en 10 meter ten zuiden van het voormalige Enka-hek. Onze wandelingen
gingen vaak langs de "dikke" pijp via het Hoekelumse bos, de
Horalaan en het Horabos naar huis. De meidagen van 1940 liggen nog
goed in mijn geheugen. Op 10 mei 's middags werden wij aangeraden
alle ramen te openen en zelf ons heil te zoeken in het bos,
aangezien de "dikke" en de "dunne" pijp door de genie opgeblazen
zouden worden. Eveneens werden door het Enka-personeel tientallen
gasflessen dicht bij onze woning gedeponeerd, teneinde deze veilig
te stellen voor de ontploffing van de genie. Die nacht van 10 op 11
mei werden wij opgeschrikt door granaatvuur vanaf de Grebbeberg
richting Ede. Eén van de doelen was het Horabos ten zuiden van de
"dikke" pijp. De inmiddels gearriveerde vijand dacht een rustig bos
te vinden om te bivakkeren. Dit kam anders uit, waardoor wij enkele
uren onder granaatvuur hebben gelegen. De evacuatie van Ede richting
Otterlo hebben wij niet meegemaakt. aangezien wij veiliger zaten dan
menig geëvacueerde burger.
Gedurende de jaren 1940-1945 hebben wij als buren van de Enka vaak
te maken gehad met z.g. controles op de werkzaamheden in het bedrijf
door de bezetters. Veel Enkanezen vertrouwden die controles niet en
waren bang voor tewerkstelling in Duitsland en vluchtten naar de
heide ten oosten van de fabriek. Vaak werd dan onze aandacht
getrokken en gaven wij hen de ladders, die altijd gereed lagen om
gemakkelijker over het hek te kunnen klimmen.
Op 17 september 1944 om ca. 11.30 uur werden wij opgeschrikt door
het zgn. "verstrooiingsbombardement" van onze bevrijders, teneinde
de bezetters in paniek te brengen. Het Enka-terrein had ca. 90
voltreffers.
Het Horabos was langs de Zuidelijke Parallelweg (thans Dr.Hartogsweg)
voor 98% weggevaagd, zodat ons toegangspad naar de Parallelweg
geheel versperd was. Op de Parallelweg waren 6 slachtoffers
gevallen. Tot 24 november 1944 zijn wij er blijven wonen.
"s Nachts sliepen wij in de met spoed gegraven schuilkelder. Het
Duitse artilleriegeschut, opgesteld in de bossen van Hoekelum en
Valkenburgskamp, werd regelmatig vanuit de Betuwe tot zwijgen
gebracht. Soms kwamen zelfs Engelse verkenners per fiets, die de
opstellingen moesten opzoeken.
Op 24 november 1944 was het definitief ten einde door een verdwaalde
voltreffer op de woning van onze buren, waarbij 5 slachtoffers
vielen. Wij zijn toen direct verhuisd naar familieleden in Ede. Op
17 april 1945 werd Ede bevrijd.
Spoedig na de bevrijding zin we teruggekeerd, hoewel het spergebied
was waardoor wij een speciale pas nodig hadden van B.S.
(Binnenlandse Strijdkrachten). Rondom in de bossen waren wij getuige
van de vele inspanningen van onze bevrijders om West-Nederland van
voedsel te voorzien. Het was al met al een bewogen periode, maar
alles bij elkaar was het wonen en werken op het Akzo terrein een
fijne tijd.
Op 30 november 1991 vertrek ik met de VUT, na een dienstverband van
achtendertig en een halfjaar. |