Monumentale bank en de fontein
We komen bijna dagelijks lopend, fietsend of met de auto langs de
monumentale bank en de fontein. Dat is zo vertrouwd geworden, dat het bijna
niet meer opvalt. Toch was er een collega die zei: "Weet je dat die bank
deze maand 50 jaar oud is?". En inderdaad, in 1938 is de bank geschonken
door de burgerij van Ede bij een jubileum. Een jubileumfeest? Wat gebeurde
er in 1913? De oprichting van de Enka was in 1911! Ons bedrijf is gaan
produceren in 1922! Hoe kwam men aan 1913? Wij zijn gaan snuffelen in oude
papieren en ontdekten dat in juni 1913 de eerste in Nederland gemaakte
kunstzijde in Arnhem werd verkocht. Dat gedenkwaardig moment was in 1938 25
jaar oud.

De voltallige delegatie bij de
bank.
Ook een jubileum voor Ede, want beide bedrijven hoorden bij de AKU. De AKU
heeft voor de gemeente Ede veel betekend. Als blijk van waardering schonk de
burgerij de monumentale bank met beeldhouwwerk, voorstellende een spinner
bij de spinmachine. Dat is deze maand dus 75 jaar geleden. Toen werd in
Nederland de eerste kunstmatig samengestelde draad gesponnen.

Ontwerp van de bank
Naast wol, katoen en linnen werd dit de
vierde grondstof voor de textielindustrie. Wij zeggen nu viscosegaren. De
toenmalige bedrijfsleider, ing. H. Nolet, heeft ter gelegenheid van dat
feestelijk gebeuren een artikel geschreven in een jubileumblad. Dat hebben
we gelezen en we vonden het leuk om dit verhaal bijna onverkort weer te
geven. Aldus:
"Reeds enkele jaren na de inbedrijfstelling van de fabriek te Arnhem werden
de plannen tot oprichting van een nieuwe, zeer grote fabriek te Ede tot
uitvoering gebracht. Was het te verwonderen, dat in den lande meer dan
gewone aandacht aan deze gebeurtenis werd geschonken en men met verbazing
opzag naar de ongekend snelle ontwikkeling van deze nog zo jonge industrie?
Het betrof hier thans de bouw van een nieuwe kunstzijdefabriek met garages
en woningen, op een stuk grond, dat reeds door de ligging aan de hoofdlijn
Arnhem-Utrecht opviel. Bovendien kende de Nederlandse textielindustrie
vrijwel geen geval als dit, waarbij een fabriek van zo grote afmetingen in
eenmaal werd opgebouwd. Immers hadden de meeste der bestaande
textielfabrieken zich van een klein begin, langzamerhand tot grotere
afmetingen ontwikkeld. Hier was dat echter geheel anders! Was het dus een
wonder, dat men veelal het hoofd schudde en vreesde voor een misrekening?
Men meende dat een zo snelle ontwikkeling alleen door de onevenwichtige
oorlogs- en naoorlogse toestanden kon worden verklaard! De ervaring heeft
deze zwartzieners ongelijk gegeven en het is met een gevoel van nationale
trots, om op de dag van het jubileum te kunnen vaststellen, dat de fabriek
te Ede, die thans een der grootste kunstzijdefabrieken van Europa is, zich
op prachtige wijze heeft weten te handhaven en met hare, in 't bijzonder
fijnere garensoorten, een wereldreputatie heeft weten te verwerven.

Het aanbieden van de bank en
fontein.

Ontwerp fontein
Wanneer wij uit de geschiedenis van de fabriek enige belangrijke feiten naar
voren willen brengen, dan moet in de eerste plaats worden vermeld, dat op 1
oktober 1919, onder leiding van Jhr. Van den Bosch, werd begonnen met het
egaliseren van het te bebouwen terrein. Het gehele stuk grond was 37 ha
groot, waarvan 54.000 m² met gebouwen werd bezet. Na enige uitbreidingen,
voornamelijk in 1925 en 1928, is het oppervlak van de gebouwen thans tot
ruim 85.000 m² gestegen.
In januari 1922 werd het eerste deel in bedrijf gesteld. De produktie werd
nu snel opgevoerd, zodat vanaf mei t/m december reeds ruim 193.000 kg
kunstzijde werd afgeleverd. In het volgende jaar werd 877.000 kg verzonden.
In totaal is thans tot aan het einde van 1937 aan kunstzijdeprodukten door
Ede afgeleverd ca. 42,5 miljoen kg. Dit cijfer wil zeggen, dat een draad van
dit gewicht een lengte heeft van ongeveer 10.000 maal de afstand van de
aarde naar de maan. De grote belangen, die de oprichting van de fabriek voor
Ede en omgeving hebben gehad, worden duidelijk, wanneer men bedenkt dat in
de jaren 1922 tot 1937 aan lonen en salarissen een bedrag van ca. NLG 40
miljoen is uitgekeerd.
Deze vooruitgang, die noodzakelijk was om aan de buitenlandse concurrentie
het hoofd te kunnen bieden en te voorkomen, dat onze Nederlandse fabrieken
door de invloed van de wereldcrisis moesten worden gesloten, is alleen
mogelijk geweest door de grote technische verbeteringen in de fabriek, de
veel verbeterde werkmethoden en niet het minst door de volledige medewerking
van het gehele personeel.
Ook is hier het bewijs geleverd, wat met goede organisatie en samenwerking
kan worden bereikt.
Het is interessant om nog even in herinnering te brengen, dat tot voor
enkele jaren een groot deel van het meisjespersoneel met extra treinen, de
Enka treinen, en autobussen uit de omgeving moesten worden aangevoerd. Zo
kwamen nog in oktober 1928 met deze treinen bijna 2000 meisjes uit Nijmegen,
Arnhem en Utrecht en bovendien nog 810 meisjes met 39 bussen uit andere
plaatsen. De ENKA exploiteerde destijds de grootste autobusonderneming in
Nederland!
Omtrent de fabriek zelve nog een paar cijfers, die niet algemeen bekend
zijn:
Wist u bijv. dat in Ede 60 soorten kunstzijde worden gemaakt en dat deze in
verschillende opmaak als: strengen, cylindrische spoelen met rechte of met
scheve eindvlakken, conische spoelen, schietspoelen enz. worden
afgeleverd?...
...Bedriegen de vooruitzichten niet, dan zal Ede zonder twijfel nog een
prachtige toekomst tegemoet gaan, waaraan, ik ben er zeker van, het gehele
personeel in alle opzichten krachtig zal medewerken.
H. Nolet"