Laboratorium in de twintiger jaren
Bijna een mensenleeftijd geleden werd in
1924 deze unieke foto gemaakt in het laboratorium van ons bedrijf. Het moet
ongeveer op de plaats gestaan hebben, waar ook nu nog ons chemisch
laboratorium staat. Alleen de inrichting is uiteraard totaal veranderd. Een
planken vloer met houten meubels was voor die tijd heel normaal. Het
schrijf- en rekenwerk werd door de assistenten aan deze tafels gedaan.
Op de achtergrond de titreertafel met dezelfde materialen, die wij tot voor
kort ook nog kennen.

Chemisch laboratorium 1924
U moet wel begrijpen dat een foto op een bedrijfslaboratorium uniek was in
Nederland. De chemische industrie bestond bijna nog niet. Er zal
ongetwijfeld meetapparatuur hebben gestaan, die nu in een museum niet zouden
misstaan. Laboratoriumwerk van hand- en denkwerk. Tel- en rekenmachientjes
moesten nog worden uitgevonden.
Met nieuwe ontdekkingen en ervaringen werd de basis gelegd voor ons huidige
proces. Veel werd in die tijd vastgelegd in rapporten en boeken.
Viscositeitsgrenzen voor een optimale spinviscose moest toen nog worden
gevonden. Vreemde ontdekking werden gedaan. Denk maar aan het fenomeen
"lood" in het spinbad, waardoor het plotseling beter ging spinnen. We hebben
hier eerder over geschreven. Elke dag nieuwe verrassingen en behoedzaam
hanteerde men de nieuwe gegevens om een goede kwaliteit garen te verkrijgen.
Daar is men goed in geslaagd.
Al jaren voor de tweede wereldoorlog waren de Edese garens van zeer goede
kwaliteit. Dit was niet alleen bekend bij de Nederlandse textielindustrie,
maar vooral in het buitenland. In die jaren was de export ca. 75% van het
totale produktiekwantum.
Lyon in Frankrijk was de plaats van de zijde van de moerbeirups. In
Nederland werd over Ede gekscherend gezegd "ons Nederlandse Lyon".
Na het geallieerd bombardement op 17 september 1944 werd het laboratorium
volledig vernield. Na de heringebruikneming van de fabriek in het najaar van
1945 werd het lab tijdelijk ondergebracht in de melkwolafdeling, nu
sponzenfabriek. Pas in februari 1947 werd het oude lab na herbouw weer
officieel in gebruik genomen.
Het personeel dat in de twintiger jaren in het laboratorium werkte, kreeg
een goede leerschool en had een goede praktijkervaring. Dat waren de echte
viscosemensen. Velen van deze werkers van het eerste uur zijn later
doorgegroeid naar topfuncties in het bedrijf.
Op de foto midden op de voorgrond de vroegere directeur van het voormalige
bedrijf FA in Arnhem, de heer Vergouwe. Verder de heren Laarman, Anne,
Elbertsen en Bruinier. De heer Laarman heeft later veel baanbrekend werk
gedaan op de proeffabriek in Arnhem.
Ook een vroegere laborant die niet op de foto staat, maar wel in dat groepje
thuishoorde, was de heer Tesselhof, oud-directeur van Ede.
De geschiedenis laat helaas niet toe dat deze mensen zouden kunnen
waarnemen, hoe er in de negentiger jaren viscose gemaakt wordt. Maar ook nu
nog staan we voor verrassingen.
Plots is het spinbeeld erg slecht. Waardoor dat komt? ..... Een aantal jaren
geleden vertelde een viscose-expert: "We weten heel veel van viscosegaren,
maar alles weten...... neen. Het blijft een stukje natuur (hout-cellulose),
waar we mee werken. Ik denk dat als het erop aan komt, we eigenlijk maar
weinig weten wat er precies chemisch plaatsvindt."