 |
Welkom bij de
historie van Enka-Ede
In 1911 was alles nog nieuw.
In boeken en rapporten is te lezen over de eerste spannende jaren van de
kunstzijdefabrieken in Nederland. Voor de Enka begon dat in een klein
fabriekje aan de Vosdijk in Arnhem en de baas daarvan was de heer Hartogs.
Later wel genoemd de grondlegger van de AKU met een wereldomvattend aantal
fabrieken waar kunstzijde werd gefabriceerd. Het was 1911.
Na de oprichting en de bouw was het vanaf het begin experimenteren,
uitproberen, mislukken en nog eens mislukken. Ook al had baas Hartogs wat
ervaring opgedaan in Engeland, het nu zelf gaan doen was wel even anders...!
Alles nog nieuw in Arnhem
Hoe werd er gewerkt in die jaren? Met een
handwagen en een halve baal cellulose erop werd een arbeider naar een
boekdrukbinder gestuurd in de stad. Die hakte de cellulose in repen. Na
terugkomst werden de repen cellulose gedrenkt in emmers met loog. Dit waren
de eerste werkzaamheden voor de viscosebereiding! De rest kunt u wel raden.
Problemen te over. Er werden ontdekkingen en uitvindingen gedaan.
Uitvinding spinpomp.
Een belangrijke uitvinding van de baas van de spinpomp. Onmisbaar in de
procesgang en heden ten dage nog steeds in gebruik. De zakelijke kant hield
de heer Hartogs ook in het oog en hij vroeg patent aan. Dat is hem verleend
en bijgaand ziet u een kopie van het octrooi, dat gedateerd is op 3 april
1913. Dat hield in dat anderen niet zomaar gebruik mochten maken van zijn
uitvinding. Het pompje is onmisbaar in het ontstaan van de draad. In onze
spinnerijen draaien zo'n kleine 25.000 spinpompjes. Voor elke spinpunt één.
Het aantal omwentelingen dat zo'n pompje kan maken is ongelooflijk veel. Uit
het verhaal over de spinpompen in ons bedrijf van de heer L. ten Have in de
Nieuwsboom van september 1991 lezen wij dat een pompje qua levensduur meer
dan 160 miljoen omwentelingen kan maken.
Een uitvinding van de heer Hartogs, nu ruim 80 jaar geleden, die we nog
steeds gebruiken.
Matgarens.
Een tweede belangrijk octrooi was het fabriceren van matviscose voor
gematteerde garens in Nederland. Dat werd aangevraagd bij het patentbureau
in 1933. Hier was de voormalige Hollandse Kunstzijde Industrie uit Breda
voor een belangrijk deel in betrokken. Zij behoorden toen al bij de
AKU-groep. Het octrooi werd verleend in 1937. Matgaren werd hoofdzakelijk
gebruikt voor de zijden dameskousen.
Ook wij in Ede hebben soms vreemde situaties meegemaakt, waar nu om gelachen
kan worden vanwege de naïviteit. Bij de bouw van de zuurkelders in 1919 en
1920 werd door de ingenieurs bepaald dat er koperen verwarmingsbuizen
ingelegd moesten worden voor het opwarmen van het zuur.
De hoofdmeester (van de grote vaart afkomend) tekende hier protest tegen
aan. Maar naar hem werd niet geluisterd. Een aantal jaren later, in 1925,
beleefde de spinnerij een grote catastrofe. De koperen leidingen waren na 3
jaar spinnen versleten. De hoofdmeester wees opnieuw op het feit dat koper
in het zure milieu de veroorzaker was van al het leed. Hij kreeg zijn
gelijk.
Ook was het zo ingesteld in Ede dat er twee laboratoria waren, één voor de
zuur- en de andere voor de looghuishouding.
Wij lezen dat er weinig contact was onder elkaar en de één wist niet wat de
ander deed. Dat kwam natuurlijk niet ten goede aan de kwaliteit van het
produkt. Maar ondanks dit alles zijn beide bedrijven in Arnhem en Ede
gegroeid en jaren lang waren zij met hun produkten toonaangevend in de
wereld. Het was de start van Enka naar AKU, maar daar een volgende keer meer
over.
|