Het woon-/werkverkeer.
Onze autoparkeerplaatsen raken steeds voller
en voller en dikwijls staat er een bord bij het toegangshek "Parkeerplaats
vol".
Hoe was dat vroeger?
Wij herinneren ons dat in de vijftiger jaren er twee auto's voor de fabriek
stonden, namelijk één voor de bedrijfsdirecteur en één voor de
bewakingsdienst. De toenmalige bedrijfsarts, Dr. Heimans, kwam lopend vanaf
de Bennekomseweg. Bijna niemand had een auto. Je ging naar de fabriek
lopend, fietsend, met de trein tot aan het station of met de fabrieksbussen.
Een situatie, die onze huidige regering graag zou wensen! (alhoewel de
benzine-accijnzen ook veel opbrengen)
Bandenpech.
Woonde je in Ede, dan kwam je lopend of fietsend naar het bedrijf. Twee
grote fietsenstallingen (nishutten) compleet met een rijwielhersteller voor
de fietsen met bandenpech.
Een enkele Arnhemmer, die in Ede werkte, kwam uiteraard met de trein. Maar
een zeer groot aantal medewerkers kwam met fabrieksbussen. Van heinde en
verre werd personeel gehaald en gebracht. Er waren wel ploegendienstwerkers,
die om 03.30 uur opstonden om te kunnen beginnen om 06.00 uur.
Wij herinneren ons dat personeel uit Spakenburg ruim 1½ uur moesten bussen,
maar dan eerst ook nog een ½ uur fietsen om bij de bushalte te komen. Dat
was toen geen lolletje.

Eigen vervoersmaatschappij "De EVA
NV".
De EVA NV
De bussen waren eigendom van de EVA nv.
Een afkorting van Eva Vervoers Afdeling.
De garages stonden vol met bussen en de fabriek had een zeer groot aantal
chauffeurs in dienst. Je mocht met de bus mee, wanneer je verder woonde dan
Wageningen of Lunteren. Dat waren de regels. Verder mochten beambten
(maandsalaris) niet met de bus. Dat had te maken met klasseverschillen in
die tijd. Fabriekspersoneel kreeg weekloon en beambten kregen maandloon.
Daar schrijven we later nog wel eens over.
Terug naar de bussen. Er gingen bussen de Betuwe in (pontveer) en de
West-Veluwe in richting Barneveld, Voorthuizen en Harderwijk. Ook richting
Apeldoorn via Wekerom, Otterlo, etc. Naar Arnhem reden in die tijd geen
bussen. Het was altijd een hele organisatie en diverse lieden waren
betrokken bij het wel en wee van de busdienst.
Vooral in de wintermaanden was het
dikwijls slecht vertoeven in zo'n bus. Er zijn weleens dekens uitgereikt van
de BZB (Bedrijfs Zelf Bescherming) voor de ergste kou.

Barre tocht naar het werk.
Ook gebeurde het meerdere jaren achtereen
dat de Rijn bevroren was en er geen pontveer functioneerde. Men maakte toen
een omweg over Arnhem. De bruggen bij Rhenen en Heteren waren er nog niet.
Was de Rijn bevaarbaar (gedacht moet worden aan de wisselende waterstanden),
dan reed de bus de pont op. Maar even van te voren moest iedereen de bus uit
en mocht pas weer instappen als de bus weer vaste voet/wiel had aan de
overkant. Dat was vanwege de veiligheid. Maar u begrijpt dat het geen pretje
was om in weer en wind op zo'n pont mee te varen. Gelukkig werd in december
1957 de brug bij Rhenen geopend.
Meer dan 15 bussen reden af en aan voor ploegen- en dagdienstpersoneel. In
de loop van de afgelopen 40 jaar is dat geleidelijk veranderd. De AKU ging
op grote schaal huizen bouwen in Ede en ook door personeelsvermindering
daalde geleidelijk het gebruik van de bussen. Ook de invloed van het
groeiend autoverkeer nam toe, want met eigen auto was je immers sneller
thuis....
De EVA bestaat nu niet meer. Het vervoer van personeel wordt nu door derden
gedaan. Wat nog is gebleven uit die jaren zijn de garages.

Nu nog even naar de foto. De laatste
bussen op de pont in december 1957. Een kranteartikel uit die tijd schreef
heel netjes bij de opening van de brug: "Een verbetering van belang, maar
desondanks vergaat een stukje romantiek, dat ons zo lief is geworden."
Deze schrijver zal wel nooit in weer en wind om 05.00 uur 's morgens op de
pont hebben gestaan!