Het textiellaboratorium in de
vijftiger jaren.
Deze afdeling was toen gehuisvest boven de
poortingang en in een deel van de gebouwen links en rechts van de poort. We
herinneren ons nog, wanneer we 's morgens het bedrijf naderden, dat het
personeel boven al druk bezig was. We hoorden dat aan de weefgetouwen: het
heen en weer schieten van de schietspoel.

In het jargon van ons bedrijf
heette deze afdeling de lappen- of monsterkamer.

Textiellaboratium in 1930.
Een groot aantal mannen en vrouwen hadden daar hun werk. In die vijftiger
jaren werd de afdeling belangrijk uitgebreid. Ede was begonnen met het
scheren van tricotgaren op scheerbomen als verkoopartikel, naast de cones.
De garencontrole op de bomen was nodig en van elke partij werd een proefboom
naar boven gebracht voor de controle. Er kwam een grote vlakbaanbreimachine,
een zogenaamde Sappenkettingstoel, die meer dan een miljoen steken maakte
per minuut.

De meisjes van de monsterkamer.
Met verbazing en enige trots keek men naar de resultaten. Prachtige breisels
werden daar op gemaakt. De breierij kreeg later nog een snellere machine,
een zogenaamde FNF tricotbreistoel. Dagelijks gingen veel proefboompjes uit
het bedrijf naar boven.
Maar ook de weverij kreeg een nieuw weefgetouw met een nieuwe pirnmachine.
De behoefte aan meer kwaliteitscontrole groeide. Ook de nieuwe
continuspinnerij gaf veel nieuw werk.

In de jaren vijftig
Men lette niet alleen op de proeven, maar ook op de garenkwaliteit. Die moet
goed zijn. Het aanverven van de proeflapjes gebeurde nog op het chemisch
lab. Maar ook dat verhuisde naar het torengebouw. De lappenkamer groeide uit
tot een zelfstandige tak van dienst en ressorteerde onder de chemische
dienst. Uit die tijd stamt de naam Controle Produkt. Het weven en breien
gebeurde ook toen al vooral door de mannen. De meisjes deden het fijnere
werk. Ook daar kwam geleidelijk aan betere testapparatuur. De bepalingen
konden daardoor verfijnd worden.
In de zeventiger jaren verhuisde de gehele afdeling naar de plaats onder de
kantine. Die lag centraal in het bedrijf, er was meer ruimte en geen
trappengeloop.
De grote expansie lag toch in de vijftiger jaren en heel wat personeelsleden
hebben de afdeling bevolkt. Een groepsfoto uit 1958 laat dat zien. Meester
Hammink had toen de leiding en hij zit trots tussen zijn vrouwen en mannen
(2e van rechts onderste rij).

De afdeling telde toen ca. 40 medewerkers,
de bedrijfsassistenten zijn dan niet meegeteld.
Menig medewerker van de afdeling controle produkt zal wel denken, na het
lezen van bovenstaand verhaal, ......... joh, hebben wij al dat werk
overgenomen met het kleine aantal van nu!
Dat is niet helemaal juist, want in die
tijd kwam er ongelooflijk veel werk binnen, vooral door de proeven. Dat is
nu duidelijk minder. Door de kennis opgedaan in die tijd, met de daarbij
aansluitende procesveranderingen (verbeteringen), zijn al die proeven niet
meer zo nodig. Daarbij komt dat veel controles op het garen al plaats vinden
in de produktie-afdelingen. Dat een afdeling controle produkt nog nodig is,
zal niemand bestrijden.
Mede dankzij het personeel van de lappenkamer en de moderne apparatuur, is
een goede kwaliteitsbewaking nu gegarandeerd.