Een bedrijfsdirecteur.
In het rijtje van bedrijfsdirecteuren van de locatie Ede staat voor de
periode december 1955 tot oktober 1964 de heer P. Tesselhoff. Door zijn naam
en foto weer eens te zien dachten we aan zijn persoon en beleid in die
jaren. Hij is al lang geleden overleden.

P. Tesselhoff
Een man, opgegroeid bij Enka en AKU, die
veel verschillende functies heeft gehad. Tot in de kleinste details wist hij
het wel en wee van het bedrijf.
In zijn periode werd wel gefluisterd dat de heer Tesselhoff maar één ding in
zijn leven had en dat was de fabriek. Hij was streng en erg wantrouwend, had
goede betrekkingen met het gemeentebestuur van Ede en zat in een groot
aantal commissies. Hij was erelid van het mannenkoor van bedrijf Ede. Zijn
woonadres was aan de Bennekomseweg en via een tuinhekje kon hij zo op het
fabrieksterrein komen. Daar maakte hij gebruik van om ongemerkt op het
bedrijf te komen. Veel oud medewerkers gingen voor hem door het vuur, maar
er waren er ook veel die voor hem uit de weg gingen.
Hij kwam in dienst van de Enka in 1922, waar juist de eerste spinmachine
ging draaien. Zijn eerste functie was wisseldienstassistent in het chemisch
bedrijf. Al vrij snel was hij opgeklommen tot hoofdassistent en weer even
later chef van de zure kant, zoals men dat toen noemde. De directie had
vertrouwen in hem. Al jong werd hij in 1925 gedetacheerd in Italië. Eerst in
Palestro, daarna in Pizzigettone. Door de opkomst van het fascisme onder
Mussolini moest hij door politieke spanningen in 1932 terugkeren naar
Nederland. Eerst in Arnhem, daarna weer in Ede. Echter voor een korte
periode, want in 1933 ging hij naar Lobositz in het toenmalige Tsjecho
Slowakije. Steeds waren het bedrijven die kunstzijde produceerden.
Maar ook hier was het politiek gezien niet rustig. Felle tegenstellingen
tussen de Tsjechen en de Sudeten liepen uit op ernstige conflicten. Toen
bezette Duitsland het Sudetenland. Om persoonlijke moeilijkheden moest hij
Lobositz verlaten, dat was in januari 1940. De tweede wereldoorlog was al
uitgebroken. Hij kwam weer naar Ede en tijdens de bezettingsjaren was hij
produktiechef. Direct na de oorlog maakte hij promotie tot bedrijfsdirecteur
van het Kleefse Waard bedrijf in Arnhem. Hij kreeg de opbouw van het totaal
vernielde bedrijf. In 1955 kwam hij in dezelfde functie in Ede.

In 1962 vierde hij een bewogen 40 jarig
dienstjubileum en een paar jaren later ging hij met pensioen. Dat was in het
kort zijn levensloop. U zult begrijpen dat hij door zijn grote
viscose-ervaring zeer kundig was. Hij kende het bedrijf en de procesgang
door en door. Voor zijn tijd was hij als directeur zeer goed. In de
verhouding naar het personeel was hij wantrouwend. Enkele anekdotes willen
we noemen om een beeld te krijgen van hem, maar dat mag niets afdoen aan
zijn kwaliteiten.
We schreven over dat tuinhekje, en 's avonds laat en soms midden in de nacht
ging hij het bedrijf ongemerkt binnen. Een waker signaleerde hem en belde
snel de wachtchefs om hen te waarschuwen. Zo stapte de heer Tesselhoff het
kantoor binnen van de spinnerij waar niemand was. De telefoon rinkelde, hij
nam op en hoorde de haastige boodschap aan 'dat de oude op het bedrijf was!'
Een medewerker werkte op het programmabureau en zijn schuifrekenliniaal was
zo versleten dat er niet goed meer kon worden afgelezen. De heer De Wit,
toen chef, bestelde een nieuwe voor hem. Een liniaal kostte in die tijd
(1956) ca. fl.7,50. Een paar dagen later ging de telefoon, de heer
Tesselhoff. Hij had een bon voor zich liggen en waarom dat nodig was. De
heer De Wit ging verschrikt rechtop zitten en vertelde de reden. Hij zou
langs komen, vertelde hij. En wat gebeurde; hij kwam langs en vroeg wat
produktiecijfers, maar ook de rekenliniaal kwam op tafel. Het mocht!
In de eindverwerking stond een oud houten kastje wat niet meer gebruikt
werd.
Eén van de coners vroeg aan de heer Wernink, toen chef textielafdelingen, of
hij dit kastje mocht hebben. Hij wilde het verven voor de kamer van zijn
dochtertje, die kon daar haar speelgoed in kwijt. Ja, zei de heer Wernink,
tekende de bon en zei: ga maar naar de heer Heij, beheerder van de oude
materialen, en zeg maar dat jij dat mag hebben. Een paar dagen later
informeerde de coner bij de heer Heij wanneer hij het kastje (dat inmiddels
weggehaald was) mee naar huis kon nemen. Nee, zei de heer Heij, dat krijg je
niet, ik heb een hele lijst met kastjesliefhebbers en die gaan voor. Hoe de
coner ook tegensputterde: 'hij had het toch persoonlijk gekregen van de heer
Wernink'. Toevallig zag de coner de volgende dag dat zijn kastje in een
bodeauto van Schoemaker uit Ede werd geladen. De coner, kwaad en ten einde
raad, stapte zo de kamer van de heer Tesselhoff binnen en stamelde het
verhaal. Is dat zo, vroeg de heer Tesselhoff en belde de heer Heij op, hij
moest direct komen en de auto moest gestald worden voor zijn kantoor. De
heer Heij, met een rood aangelopen gezicht, meldde zich. De vrachtauto moest
leeggehaald worden tot het bewuste kastje te voorschijn kwam. 'Is dat het
vroeg hij aan de coner en aan Heij? Hij vroeg het adres van de coner, gaf
dat aan de chauffeur met de opdracht om het daar te brengen. Bars draaide
hij zich om en ging naar zijn kantoor, de achterblijvers met verdeelde
gevoelens achterlatend.

Familie Tesselof
(privé)
Iedereen in weekloon moest klokken in zijn
tijd bij begin en einde dienst.
Beambten etc. op maandsalaris niet. De heer Tesselhoff was altijd op tijd op
zijn werk. Glijdende werktijden bestonden nog niet. Zijn eerste personele
contacten 's morgens was veelal voor het raam staan van zijn kantoor om te
kijken wie er te laat kwam!
Owee, owee, glipte je als beambte het deurtje binnen naar de eindverwerking,
waar momenteel het kantoor van de heer Algra is, dan wist hij dat op één of
andere manier en dan was hij niet misselijk.
Toch met een glimlach eindigen we ons verhaal over de heer Tesselhoff.