 |
Welkom bij de
historie van Enka-Ede
Edese conerij
naar Drente.
In de jaren direct na de tweede wereldoorlog had het bedrijf een aanhoudend
probleem met het krijgen van personeel voor de textielafdelingen, ondanks
dat men personeel haalde met eigen bussen uit de wijde omgeving, met name de
Noord-Veluwe en de Betuwe.

Ook toen al vond een deel van de mensen
het werken in de ploegendienst niet zo aantrekkelijk. Daar kwam bij dat
Nederland begonnen was met het industrialiseren en veel jongelui konden in
nieuwe bedrijven in dagdienst werk vinden. Ook waren er veel jongens in
militaire dienst (de dienstplicht was toen 24 maanden). Diende je in het
voormalige Nederlands-Indië, dan duurde dat nog veel langer. Kortom, het was
voor de bedrijfsleiding een groot probleem. Produktie uitbreiden was niet
mogelijk, terwijl de vraag naar garens groter was dan men kon maken.
Uiteindelijk zocht de bedrijfsleiding in 1947 naar mogelijkheden om elders
de produktie te laten verwerken.
Een gelukkig toeval was dat het turfsteken in Drente geleidelijk aan werd
afgebouwd en daar was een zeer ruim aanbod van jonge werkkrachten. Ook toen
al waren de verschillende gemeentebesturen in Drente bezig om bedrijven naar
Drente te halen. Na een grondig onderzoek naar mogelijkheden door het Drents
Economisch Technologisch Instituut in Assen voor het bouwen van een bedrijf
in Drente, waarbij vooral gekeken werd naar faciliteiten van huizenbouw,
scholen, etc., viel in de zomer van 1947 het besluit dat het Edese bedrijf
in Drente ging bouwen. De beslissing viel op een terrein genaamd "de Runde",
gelegen bij het dorp Emmer Compascuum op ca. 9 km. van Emmen.
Om twee redenen moest de bouw snel gereed zijn. De pure noodzaak van
produktieverwerking met uitbreiding van bedrijf Ede en daarnaast waren
turfstekers van november tot en met maart werkloos. De
werkloosheidsuitkering was toen erbarmelijk slecht. Alleen als kostwinner
kreeg je een zeer lage uitkering, een jonge man of vrouw kreeg niets.
De fabrieksbouw en inrichting werd vlot ter hand genomen. Een groepje jonge
Drentenaren werden geschoold in Ede. Jonge voorlieden en meesters werden
voor een deel gerecruteerd uit het bestaande personeel van Ede. Velen
maakten toen een snelle promotie. U begrijpt uit de kop van dit verhaal dat
er in Drente een grote conerij kwam. Ook in die tijd werkten de coners aan
het eindprodukt en de kandidaat-coners moesten daarom vakbekwaam zijn.
Boze tongen beweerden dat het niets zou worden: het werken met die ruwe
veenhanden met dunne draadjes? Neen, dat kon niet.......!
Zij hebben ongelijk gekregen, maar de manicure had de handen eraan vol.
Al vrij snel draaide de conerij in Emmer Compascuum met Edes garen. Elke
week ging de helft van de Edese produktie, en dat was toen 41 ton garen, met
vrachtwagens naar Drente.
De totale weekproduktie van Ede was ca. 83 ton en het hoogste garengewicht
per eenheid ca. 400 gram. De continumachines bestonden nog niet en ook was
er nog lang geen sprake van een scheerafdeling.
Wij hebben helaas geen ruimte om allerlei details te schrijven o.a. over de
persoonlijke belevenissen van hen, die overgeplaatst waren naar Drente. Het
waren echte pioniers, die daar aan de slag gingen. Auto's waren er nog niet
veel, zeker niet voor het doorsnee personeel in die tijd. Men was al
gelukkig met een fiets, maar fietsbanden waren nog op de bon.
Achteraf bleek dat de Drentenaren goed met de Edenaren konden opschieten. De
AKU kreeg daar een goede naam. De gemeente Emmen groeide. De middenstand
rekende uit hoe groot de inkomstenvermeerdering was. Elke man verdiende
gemiddeld NLG 40,00 in de week. Bij 200 mensen is dat al NLG 8.000,00.
Bakker, melkboeren, etc. gingen er goed op vooruit.
In het streekblad was te lezen wat de meeste genoegdoening gaf voor de
bevolking: "Tot nu toe moesten onze jonge leden dikwijls het dorp verlaten,
omdat er niet voldoende werkgelegenheid was, maar nu kunnen ze in de
AKU-fabriek terecht en op hun geboortegrond blijven".
De conerij heeft tot in de zeventiger jaren produktie gedraaid voor Ede.
Tot slot zal het de lezer duidelijk zijn dat, toen in de vijftiger jaren
gezocht werd naar een plaats voor de Nederlandse nylonfabriek, het Emmen
werd.
|