 |
Welkom bij de
historie van Enka-Ede
|
 |
De Opleidingstoren.
Er zijn in ons bedrijf een aantal bekende plaatsen, waar iedereen vanwege
zijn functie weleens komt. Een zeer bekende plaats is de opleidingstoren in
de noord-oosthoek van ons bedrijf. Het is één van de vier torens , die de
oorspronkelijke hoekplaatsen van het fabrieksgebouw uit de beginjaren
vormden.
Schertsend werd in het verleden wel gezegd, dat de torens het bastion
vormden op de schraaljammer, zo werd het ruige stuk heidegrond genoemd in
het begin van deze eeuw.
Opslagplaats
De oorspronkelijke functie van deze toren was een opslagplaats voor
onderdelen en hulpmaterialen van de twijnerijen en de haspelkamer. Op de
etages in het midden van het trappenhuis bevinden zich houten vloeren, ooit
gebouwd om later een takelschacht in te richten. Die is er echter nooit
gekomen. Alle transport ging via de trappen.
Aan de buitenzijde (oostzijde) was nog wel een eenvoudige takelophanging
aangebracht, maar werd niet veel gebruikt.
Vele oud-twijners hebben in de toren tot in de Tweede Wereld oorlog, wanneer
er niet voldoende twijnwerk was, gekleurde katoenen bandjes moeten sorteren.
Vroeger werd met gekleurde bandjes gestrikt om de spinsels (de decitex) aan
te geven. Nu worden er spinspoelkleuren, kouskleuren, hulskleuren, etc.
gebruikt voor garenaanduiding.

Instructie in de
opleidingstoren
Opleidingen
Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er allerlei nieuwe ideeën overwaaien uit
Amerika. Eén van deze ideeën was het opleiden van personeel volgens nieuwe
methoden en richtlijnen. Tot die tijd leerde je het vak van spinner, twijner,
coner, etc. uitsluitend tussen de machines van allerlei collega's, die even
tijd voor je hadden. Met vallen en opstaan en veel tijd- en produktieverlies
kwam je er wel. Amerika deed dat goed georganiseerd volgens de zogenaamde
bedrijfskadertraining.
De plaats voor uitvoering van dat nieuwe idee werd in 1947 de toren.
Geleidelijk aan verschoof de materialenopslag en kwamen er leslokalen met
lesmachines. De grote animator was toen de heer Meilink, hoofd
personeelszaken. De eerst verantwoordelijke man voor de textielopleiding
werd de heer Bijl. Hij zocht onder de beste vaklieden kandidaten die, na een
opleiding tot instructeur, het nieuwe personeel gingen opleiden.
De oudste instructeurs
Op 27 februari jl. hadden we een gesprek met de instructeurs van het eerste
uur. Uiteraard waren er meer, maar met drie ervan praatten we. Dat waren de
heren J.Wevers, B.van Lent en B.van Putten. Voor vele oudgedienden nog
bekende namen.
Met hen spraken we over de begintijd.
"Dat was niet eenvoudig, vertelden zij, want eerst viel de instructie onder
de afdelingsleiding, de voorman en meester uit de ploeg hadden deze taak.
Toen moesten wij dat doen volgens bepaalde methoden. Het was nooit goed,
omdat een uniforme manier van werken niet bestond. Een bepaald onderdeel van
het werk werd op verschillende manieren gedaan. Er waren verschillen over de
ploegen, maar ook binnen een ploeg waren verschillen. Wij moesten ons steeds
bewijzen en knokken in figuurlijke zin om staande te blijven.
Geleidelijk aan werd dat beter, vooral toen de afdeling Organisatie
werkvoorschriften ging maken. Dat gebeurde samen met de afdelingsleiding en
de opleidingsmensen. Toen kwam geleidelijk de uniforme wijze van werken,
waar wij ons op beroepen konden".
Voor alle productiefuncties werd opgeleid. Deels in de opleidingstoren en
voor een belangrijk deel in het bedrijf, onder de hoede van een instructeur.
Introductie
"In die tijd zijn er veel goede regelingen gekomen voor bedrijf en
personeel, die nu nog bestaan. Zoals de introductie van nieuw personeel.
Vóór 1947 bestond dat nog niet. Je kende alleen je eigen afdeling en verder
kwam je nergens. Rondleidingen bestonden niet. Ging je nieuwsgierig even
kijken in een andere afdeling en werd je betrapt, dan kreeg je een fikse
boete, terwijl het toch zo nuttig is voor het eigen functioneren in je werk,
dat je productiekennis verder gaat dan alleen je eigen afdeling."
Kaderopleiding
De wrijving en tegenstellingen tussen de productieafdelingen en de afdeling
opleidingen verdween geleidelijk. Vooral door een nieuw promotiebeleid in
die tijd. Instructeurs, die daarvoor bekwaam waren, werden voorman en weer
later wachtchef (meester) in de productieafdelingen. De nieuwe trend van
opleiden werd daardoor ook in de productieafdelingen beter ingezien.
Technisch tekenen
Ook veel technische mensen uit het bedrijf hebben lessen voor hun vak
gevolgd in de toren. Eén lokaal stond vol met tekentafels (schoolmodel) en
onder leiding van de heren Hartlief en Klumpenaar heeft menig latere vakman
de lijntjes getrokken.
Een belangrijke en grote groep vormde de Bemetel-opleiding o.l.v. meester De
Jager. Deze groep gaat nu geleidelijk vertrekken of is deels al vertrokken.
Berend van Putten heeft met een aantal mensen uit deze groep nog gesport.
Allerlei
De eerste opleidingsfunctionaris was de heer Way van 1952 tot 1976. Hij was
in die jaren de verantwoordelijke man voor alle opleidingen.
De heer Bijl was toen al produktiehoofdmeester in één van de
textielafdelingen.
In het gesprek kwamen nog meer onderwerpen aan de orde, maar door
plaatsgebrek bewaren we dat voor later.
Wat ons opviel in het gesprek was hun verbondenheid met het bedrijf. Zij
hebben moeilijke jaren meegemaakt en het viel niet altijd mee met die lange
werkdagen in ploegendiensten, etc. Ook de verhoudingen waren toen zeker niet
optimaal, maar ze kijken met plezier terug naar hun actieve ENKA/AKU-jaren.
|