 |
Welkom bij de
historie van Enka-Ede
|
 |
De
arbeidsomstandigheden vroeger en nu
Het sorteren en inpakken van de cones in de eindverwerking is vergeleken met
vroeger behoorlijk verbeterd. Vooral op het gebied van de
arbeidsomstandigheden, zoals dat heden ten dage zo genoemd wordt, is het
voor de sorteermeisjes aanmerkelijk beter geworden. Ook het zware dozen
tillen door de mannen is door automatisering nagenoeg verdwenen. Hoe ging
dat vroeger?
De plaats is nog altijd hetzelfde gebleven en die maakte tot 1958 deel uit
van de conerij. Het was één grote afdeling. Het machinerumoer en in de zomer
de warme lucht, was voor het sorteerwerk erg hinderlijk. In bovengenoemd
jaar werd een houten afscheiding neergezet en dat betekende dat het
machinegeruis vrijwel verdwenen was. De Westmuur was een dichte muur zonder
ramen. In dat jaar werden ook de ramen geplaatst en konden meisjes een keer
de blauwe lucht zien. De conditionering werd verbeterd en iedereen was er
content mee. Maar in het begin niet!
Het houten schot verstoorde wreed de soms romantische contacten tussen de
sorteermeisjes en conejongens. Het werd voor mejuffrouw Schuilenburg, de
toenmalige hoofdopzichteres, wel makkelijker, want één van haar taken was de
rust en orde handhaven. De genoemde contacten waren voor haar uit den boze.
Menige coner werd door haar op de vingers getikt wanneer de romantische
gevoelens te groot werden. Ook de meisjes werden op hun eerbaarheid gewezen
en mejuffrouw Schuilenburg kon dan soms rood aanlopen van boosheid.
Het sorteren en inpakken van de cones en CM-spoelen was toen ook wat
ingewikkelder. De sorteer criteria sprak over elementaire draadjes en
wanneer er meer dan 9 op één boven of ondervlak zaten, moest de spoel
afgekeurd worden. Acht mocht nog net en daar goedkeuren wat eenvoudiger was
dan afkeuren, werd 1 vezeltje weggestreken! De cones, toen ca 1,9 kg en de
CM-spoelen van 2,1 kg werden zoals nu met de inneemwagens aangevoerd. De
sorteertafel was uitgebreid met een plakbandapparaat. In een doos gingen
acht spoelen. Elke spoel werd netjes omwikkeld met een zijdeachtig papier.
Elke doos moest door het meisje dichtgevouwen worden, daarna met een
natgemaakte plakband netjes dichtgeplakt. Dat moest secuur gebeuren omdat
de vingers niet met de lijm in aanraking mochten komen. Dat vroeg vooraf
heel wat oefening. Lijm aan de vingers betekende immers dat de volgende te
sorteren cones besmeurd worden. Op de zijkant van de doos werd een etiket
geplakt en de doos werd op de rollenbaan geschoven. Alle soorten garens door
elkaar in dozen op de rollenbaan! Een jongen stond in het hart van de
afdeling, de eindplaats van de rollenbanen, temidden van een groot aantal
pallets. Hij tilde de bijna 20 kg zware dozen van de baan af en plaatste
deze op de weegschaal. Het gewicht werd genoteerd en daarna werd de doos
weer opgepakt en op de desbetreffende pallet geplaatst. Soort bij soort en
hij moest met zo'n zware doos soms wel een paar meter lopen om bij de goede
pallet terecht te komen.
Ca 10 jaar geleden werd dat gelukkig veranderd in de situatie zoals hij nu
is. De meisjes hoefden geen dozen meer dicht te plakken en het transport van
de zware dozen was verleden tijd.
In 1951/52 was het bijna gedaan met de pakafdeling. De toenmalige chef
textielafdelingen, de heer Langendijk, zette een proef op om de cones al in
de conerij door de coners te laten sorteren en inpakken. Dat is mislukt
omdat de sorteer criteria te ingewikkeld was en er ook wat weerstand was
vanuit de leiding van de pakkamer.
|