|
Alles met ’t schupje!!
M.Beukhof was een van de werkers van
het eerste uur.

Ede - ,.Ik ben geboren en
getogen in Bennekom. Mijn ouderlijk huis staat er nog, daar
woont nu mijn broer in. In 1920 heb ik een jaartje in Ede
gewoond en heb toen in Bennekom een huisje gekocht aan de
Brinkerweg. Later kochten we een stukje grond aan de
Halderbrinkweg en daar hebben we een huisje gebouwd. Daar woon
ik nog. In 1943 is het met nog eenenzeventig woningen, die in
het schootsveld van de bezetter lagen, opgeblazen. We zijn naar
Ede geëvacueerd en kregen, na de be- vrijding, een noodwoning
van vliegveld Deelen, een houten geval. In 1948 was ons eigen
huis weer klaar en zijn we er weer in getrokken.
Interview met de heer Beukhof in
1977
M Beukhof (77), een van de
werkers ven het eerste Edese Enka-uur, vertelt over het prille
begin van de Kunstzij in Ede. Over de tijd, toen de fabriek
alleen nog maar op papier bestond En over de periode, toen op de
Schraaljammerheide onder leiding ven jhr. Van den Bosch nog druk
gegraven en gebouwd werd Dat buitenwerk was de toen nog jonge
Beukhof niet vreemd. Het altijd buiten zijn is hem nu, vandaag
de dag , nog aan te zien.
Hij kent het boerenwerk "Vader
was een boertje "van drie koeien". Maar ik heb in 't begin van
alles gedaan, van alles uitgevre- ten, goed en slecht werk
gehad. Ik heb zelfs een winter eierkolen gemaakt, voor
brandstof, totdat ik op 4 februari 1920 bij Enka kwam." Hij
toont dit aan met zijn polshorloge - 25 jaar Enka in 1945 - dat
hem in 1947 is uitgereikt."Kunt u zien, dat ik de waarheid
spreek", zegt hij lachend.
kipkarren
"Toen ik bij Enka begon, waren
mijn chefs meneer Hartogs, jhr. Van den Bosch en de heer
Fijlstra. Het voorbereidende werk begon met het aanleggen van
een kipkarrenspoor. Het hele terrein was vlak gemaakt, daarmee
waren ze al een hele tijd aan de gang geweest We hielpen bij het
aanleggen van het spoor. Een stuk van de spoorberg werd
uitgegraven door het ploegvolk en toen werd met de kipkarren
zand aangevoerd. Dat kwam op het bouwterrein. Het zand was
allemaal met de schop uitgegraven, in twee ploegen. Elke ploeg
moest een kar vullen. Alles met ’t schupje…
De kipkarren werden door paarden
getrokken, over de rails Eerst waren er zes paarden, later
achttien. Voor de paarden was op het terrein een aparte stal
gebouwd"
We hebben later ook nog een dijk
aangelegd om een stuk terrein heen, voor de vloeivelden in
verband met de afvoer van het toekomstige afvalwater van de
fabriek. Het zand voor die dijk is ook met paarden aangevoerd.
En al dat zand is van de spoor- berg afkomstig. Die spoorberg is
ontstaan door het graven van de spoorlijn door de Veluwse
heuvels, van Arnhem naar Utrecht, langs Ede. De paarden waren
van Van Barneveld uit Lunteren, die ging ook over het
grondwerkpersoneel. Als het tijd was om te schaften, floot hij
op zijn vingers. We begonnen 's morgens om half acht. Ik was
eerst ploegbaas, mijn eerste loon was f 27,70 per week. Als
ploegbaas had ik een stuiver meer dan de rest.
Keet.
De grondploeg met de paarden
begon al om zes uur en werkte tot twee uur, de andere ploeg van
twee tot 's avonds tien. Toen zijn wij met een ploeg
overgeheveld naar het eigen perron, voor de aanvoer van onze
eigen wagons. Als ‘t enigszins kon, werkten we bij alle
weersomstandigheden. Kantoren waren er nog niet, alleen een
schaftlokaal, de “keet” En een directiekeet".
Nee. 't is allemaal niet zo
gemakkelijk geweest vroeger, voor die paar centen. Er zijn ook
honderden kolomgaten gegraven. allemaal met de schop. Op de
wagons werden ijzerconstructies aangevoerd uit Duitsland,
ijzeren geraamtes voor de kolommen. Die moesten we lossen. Aan
het eigen Enka-perron gebeurde dat. Maar in het begin aan de
losplaats van het Edese station".
"We vervoerden de constructies
met lorries over de rails. In plaats van een echte draaischijf
voor het keren van de lorries was er een ijzeren plaat, met vet
ingesmeerd. Daar reden we de lorries op en over het vet draaiden
we ze in een andere richting en verlegden dan de rails, die los
lagen en met drie man verplaatsbaar waren. Er waren Duitse
Ingenieurs bij. We hebben honderden kolomgaten met het schupje
gegraven Ze waren ongeveer twee meter twintig diep en een meter
in het vierkant.”

De kipkarren werden door paarden getrokken, over
de rails.”Van de grondwerkers die in dienst waren van de
aannemer,
zijn er later verscheidene naar Enka overgegaan.
Water
Was er gezorgd voor eten en
drinken op het bouwterrein?" Je nam je eigen brood en koffie mee
van huis en als het drinken op was, dronk je water uit de
waterleiding. Die was aangelegd voor de fabriek en aangesloten
op de gemeentelijke waterleiding. Later boorde Enka zelf bronnen
voor de eigen watervoorziening. Ze boorden in het begin op 75
meter diepte, in mijn tijd was de diepste 120 meter. Dat was
lekker schoon water vroeger. 't Kwam zo van de Veluwse heuvels.
Je dronk er zoveel van, 't was zo lekker, dat je er wel eens
teveel van kreeg en je er flauw van werd. Want er moest gepeesd
worden vroeger, denk er om!”
Gloeiend
"Toen de Duitse ingenieurs
kwamen. moesten we met een man of dertig de ijzeren frames
plaatsen. Ze werden aan masten vertikaal gehesen en dan in de
kolomgaten geplaatst, waar later beton in werd gestort. Op de
kolommen legde men verbindingsspanten en die werden dan aan
elkaar geklonken. Op de heide stonden veldsmeden, waarin de
klinknagels werden gegloeid Die gooiden ze één voor één met een
lange tang naar boven en de man die op de kolom stond ving de
klinknagels ook weer met een tang op, ze waren immers gloeiend
heet. En dan sloeg hij ze in de constructie." “Alle werknemers
werden genummerd, ik had nummer 79. We waren zeker met in totaal
een honderd man begonnen. Toen de kolommen er stonden, kwamen de
metselaars. De betonnen funderingen waren natuurlijk al gestort.
Er werd tot 's avonds laat
gewerkt. tot een uur of tien, met de kipkarren met zand. Er
stonden lampen op het terrein. En om zes uur de volgende ochtend
begon de eerste ploeg al weer. Er waren ook nachtwakers. Eén
liep er met een hond. Die man heette Den Uyl"
“In één van de hoektorens van het
nieuwe fabrieksgebouw was de watertoren, daarin werd water
opgepompt. 0 ja, we begonnen langzamerhand ook met de aanleg van
de riolering naar de Spoorsloot. We legden toen drie leidingen.
Al met al duurde de bouw van het bedrijf twee jaar. En toen het
bedrijf klaar was, was de riolering ook klaar en kon het
afvalwater weg, nadat het door de bezinkingsbassins was
geweest."

De spanten bouwers
Veertig jaar vol
4 februari 1960 had ik de veertig
jaar vol. In die veertig jaar heb ik na de bouwperiode de eerste
viscose geperst in het bedrijf. En ik heb gewerkt in de
wasserij, de twijnerij en de blekerij. Alles maar een korte tijd
en toen werd ik weer voorman, buiten. Binnen was ik ook voorman
geweest. Buiten, tijdens de bouw, was ik voorman over een paar
honderd man, bij het grondwerk en alle soorten ander werk. Je
had geen handen genoeg. Toen naar binnen en daarna gelukkig weer
naar buiten. We waren toen met drie voorlieden en gingen over de
riolering, het verleggen van kabels het graafwerk van de
waterleiding, de corveedienst, sleuven graven, sloopwerk, de
schoonmaak binnen en buiten.”
"En dat beviel me weer
uitstekend. Ik was immers van het buitenleven afkomstig, van een
Bennekoms klein boertje met drie koeien. Mijn vader had alle
dagen gewerkt voor zes gulden in de week, zelfs bij een bakker,
een koekhandelaar. En hij is toch nog 93 geworden…”
"Dus ik was het buiten wel
gewend. Toen ik later dan ook steeds buitenwerk deed vond ik dat
best. Ik zou binnen niet hebben kunnen wennen, ik had daar
helemaal geen schik"
Bennekom, 1977. |